Untitled Document

Het mesten van kalveren op boerenbedrijven is al zo oud als de mens. In Nederland stamt de kalverhouderij uit de jaren 60. Voor die tijd waren pasgeboren stierkalveren onbelangrijk, en van weinig nut voor de veehouderij. Zoals bijna alle dingen in het leven van mens en dier ontwikkelingen doormaken, geldt dit niet in het minst voor de kalverhouderij.

De kalverhouderij is na de jaren 60 dan ook uitgegroeid tot een prachtige bedrijfstak waarbij diervriendelijkheid en kwaliteit erg belangrijk zijn. Op ons bedrijf houden wij met veel plezier 1000 kalveren in groepen tot 8 kalveren. Wanneer de kalveren ongeveer 14 dagen oud zijn worden zij hier aangevoerd. In die 14 dagen kunnen ze op de melkveehouderijbedrijven voldoende biest tot zich nemen.

 

De eerste 6 weken worden de kalveren individueel gehuisvest om de startperiode verantwoord te laten verlopen. Daarna krijgen zij de vrije ruimte met 5 ,7 of 8 kalveren in een groep. In die groep heerst dan de natuurlijke rangorde. De kalveren worden op dit bedrijf gevoerd, met als hoofdrantsoen melk, als bijprodukten worden geplette gerst en mais gevoerd. Dit rantsoen geeft het vlees de lichte kleur, en omdat het om een jong rund gaat, is het vlees begrijpelijk erg mals en smakelijk.

Wanneer de dieren ongeveer 25 weken oud zijn worden zij geslacht op Nederlandse slachterijen waarna zij voor 90% geëxporteerd worden naar ondermeer Duitsland, Frankrijk, Italie, Griekenland en Japan. In deze landen wordt het Nederlandse kalfsvlees zeer gewaardeerd om haar smaak en kwaliteit, en omdat garanties kunnen worden gegeven, tenaanzien van huisvesting en voeding, en omdat het vlees vrij is van groeibevorderaars.

Geschiedenis
Kalverhouderij Dubbelhuis©